Onrust en overprikkeling in de zomervakantie: waarom niet ieder kind gezellig is in de vakantie
De zomervakantie betekent minder verplichtingen, geen school en vaak een lager tempo. Wij als ouders kijken uit naar een vakantie en verwachten dat ons kind heerlijk tot rust komt en gezellig is. Toch merken veel ouders dat hun kind in de vakantie juist drukker, emotioneler of sneller boos is. Ook slaapproblemen, verveling en meer strijd thuis kunnen ineens opvallen.
Dat lijkt tegenstrijdig. Want als er minder hoeft, zou er toch juist meer rust moeten ontstaan?
Niet voor ieder kind. Het wegvallen van structuur, meer onverwachte situaties, het proces van tot rust komen en een ander dagritme kunnen juist voor extra onrust zorgen.
Waarom het wegvallen van structuur invloed heeft
Tijdens schoolweken is een groot deel van de dag voorspelbaar. Opstaan, school, pauzes, thuiskomen, eten en naar bed gaan vinden meestal op ongeveer dezelfde momenten plaats.
In de zomervakantie verandert dat. We staan later op, eten op andere tijden, ondernemen spontaan iets en bedtijden verschuiven. De ene dag is rustig, terwijl de volgende vol zit met activiteiten.
Veel kinderen kunnen daar prima mee omgaan. Andere kinderen hebben meer behoefte aan voorspelbaarheid.
Dat zien we bijvoorbeeld bij kinderen die gevoelig zijn voor prikkels, moeite hebben met veranderingen of veel behoefte hebben aan duidelijkheid. Ook bij kinderen met autisme of ADHD kan het wegvallen van de dagelijkse structuur extra onrust geven.
Die onrust wordt niet altijd als zodanig herkend. Je ziet misschien vooral gedrag: sneller boos worden, veel vragen stellen, slecht luisteren, moeilijk kunnen kiezen, huilen of heftig reageren op iets kleins.
Het is daarom interessant om niet alleen te kijken naar wát een kind doet, maar ook naar wat er aan het gedrag voorafgaat.
Ook leuke activiteiten kunnen voor overprikkeling zorgen
Vakantieactiviteiten zijn leuk, maar vragen tegelijkertijd veel van een kind.
Een dagje strand, een pretpark, logeren, visite of een vakantie op een onbekende plek betekent nieuwe indrukken, geluiden, sociale contacten, verwachtingen en veranderingen in het normale ritme.
Een kind kan daarvan genieten én tegelijkertijd veel prikkels verwerken.
Soms zie je de gevolgen daarvan pas later.
Een kind houdt zich tijdens een uitje bijvoorbeeld prima, maar wordt thuis om iets kleins ontzettend boos. Het lijkt dan alsof die kleine gebeurtenis het probleem is, terwijl de spanning gedurende de dag al is opgebouwd.
Dat is ook een reden waarom ouders soms een groot verschil zien tussen het gedrag van hun kind thuis en buitenshuis.
Structuur in de zomervakantie hoeft niet strak te zijn
Meer structuur betekent niet dat de hele vakantie gepland moet worden. Juist niet.
Een paar herkenningspunten gedurende de dag kunnen al voldoende zijn.
1. Maak de dag voorspelbaar
Vertel ’s morgens kort wat er die dag gaat gebeuren. Voor sommige kinderen helpt het om dit zichtbaar te maken met een eenvoudige planning geschreven, getekend of met echte pictogrammen.
Kondig veranderingen waar mogelijk vooraf aan. Vooral kinderen die moeite hebben met schakelen kunnen baat hebben bij wat extra voorbereidingstijd.
2. Houd ruimte tussen activiteiten
Een volle vakantieplanning kan ongemerkt veel vragen.
Kijk daarom niet alleen naar hoeveel leuke activiteiten er gepland staan, maar ook naar hoeveel tijd je kind krijgt om daarvan te herstellen.
Na een drukke dag kan een rustige ochtend of middag soms meer opleveren dan het volgende uitje.
3. Eerst ontladen voordat de rust komt
We zien vaak dat kinderen richting een vakantieperiode al behoorlijk vermoeid zijn. Vooral in de weken voor de kerstvakantie en aan het einde van het schooljaar kan de rek er simpelweg een beetje uit zijn.
Een lange periode van school vraagt veel: leren, concentreren, sociale contacten, omgaan met verwachtingen, schakelen tussen activiteiten en dagelijks heel veel prikkels verwerken. Tegen het einde van zo’n periode merken ouders en leerkrachten soms dat kinderen emotioneler, sneller geïrriteerd of drukker worden.
En dan begint eindelijk de vakantie.
Je zou verwachten dat de rust direct terugkeert, maar soms gebeurt eerst het tegenovergestelde. Juist wanneer de druk wegvalt en een kind weer ruimte voelt, kan opgebouwde spanning eruit komen.
Het ene kind wordt moe en wil vooral niets. Een ander kind wordt druk, zoekt grenzen op, huilt sneller of reageert heftiger dan normaal. Dat gedrag kan een manier zijn waarop een kind spanning en emoties probeert te reguleren.
Geef een kind daarom ook de tijd om weer even op adem te komen. De overgang van wekenlang functioneren binnen een vast ritme naar vakantie en ontspanning hoeft niet van de ene op de andere dag te gaan.
Soms heeft een kind eerst een paar dagen nodig om te ontladen voordat de rust daadwerkelijk zichtbaar wordt.
Bouw rust in voordat het nodig lijkt
Rust wordt vaak pas aangeboden wanneer een kind al boos, moe of overprikkeld is.
Probeer rustmomenten eerder in te bouwen.
Wat ontspanning geeft, verschilt per kind. Dat kan alleen spelen zijn, tekenen, bewegen, lezen, gamen of even helemaal niets hoeven.
Het belangrijkste is dat je leert herkennen waar jouw kind van oplaadt.
Kijk naar patronen in plaats van alleen naar gedrag
Wanneer bepaald gedrag regelmatig terugkomt, kan het helpen om een stap verder te kijken.
Op welke momenten ontstaat de onrust? Wat gebeurde er daarvoor? Wanneer gaat het juist goed? Welke situaties kosten veel energie? Wat helpt je kind om weer tot rust te komen?
Los van elkaar lijken situaties soms weinig met elkaar te maken te hebben. Wanneer je ze naast elkaar zet, wordt een patroon vaak duidelijker.
Dat zien wij ook regelmatig tijdens gesprekken met ouders. Door gebeurtenissen en gedrag samen in kaart te brengen, worden verbanden zichtbaar waar eerder nog niet bij stil werd gestaan.
Dat inzicht is belangrijk. Want wanneer je beter begrijpt waar gedrag vandaan komt, kun je ook gerichter kijken naar wat een kind nodig heeft.
De rol van ouders is daarbij belangrijk
Kindercoaching betekent voor ons niet dat een kind een aantal keer wordt gebracht om vervolgens het probleem ‘op te lossen’.
Een kind maakt onderdeel uit van een gezin en beweegt daarnaast tussen school, vrienden en andere omgevingen. Al die factoren kunnen invloed hebben.
Daarom betrekken we ouders bij de begeleiding en kijken we breder dan alleen naar het zichtbare gedrag van het kind.
Dat betekent niet dat ouders de oorzaak zijn van het probleem. Wel hebben ouders een belangrijke rol in het herkennen van patronen en het creëren van omstandigheden waarin een kind zich verder kan ontwikkelen.
Soms ligt een belangrijk deel van de verandering juist in beter begrijpen wat er gebeurt.
Wanneer is het meer dan gewone vakantie-onrust?
Een ander ritme en af en toe wat meer gedoe horen bij de zomervakantie. Niet ieder boos moment of iedere huilbui vraagt om hulp.
Het wordt anders wanneer je merkt dat je kind steeds opnieuw vastloopt, veel spanning ervaart of wanneer de sfeer thuis steeds vaker wordt bepaald door boosheid, verdriet of strijd.
Ook wanneer je als ouder merkt dat je zelf niet meer goed weet hoe je moet reageren, kan het zinvol zijn om iemand mee te laten kijken.
Je hoeft daarmee niet te wachten totdat het thuis of op school echt niet meer gaat.
Bij Kindercoaching Verborgen Schat kijken we samen met kinderen en ouders naar wat er speelt, welke patronen zichtbaar zijn en wat een kind en gezin nodig hebben.
Merk je dat jouw kind deze (zomer)vakantie meer onrust, spanning of overprikkeling ervaart en kom je er zelf niet goed uit?
Neem gerust contact met ons op voor een gratis en vrijblijvend intakegesprek. Dan kijken we samen of onze begeleiding bij jullie hulpvraag past.