wat als jouw kind er middenin zit?
Bij pesten denken we vaak als eerste aan het kind dat gepest wordt. Logisch, want dat kind moet zo snel mogelijk weer veilig kunnen zijn. Toch is er bijna nooit maar één kind betrokken bij een pestsituatie.
Er is een kind dat gepest wordt, een kind dat pest, misschien een paar kinderen die meelopen en vaak een veel grotere groep die ziet wat er gebeurt. Sommigen lachen mee, anderen kijken weg en weer anderen zouden eigenlijk willen helpen, maar weten niet goed hoe.
En dan zijn er nog de volwassenen. Ouders die thuis een ander kind zien dan de leerkracht op school. Een leerkracht die onmogelijk alles kan zien wat er in een klas, op het schoolplein, in de kleedkamer of online gebeurt.
Juist daarom is pesten zo ingewikkeld. Het is zelden op te lossen door alleen naar degene die pest en degene die gepest wordt te kijken. Om pesten echt aan te pakken, moet je proberen de hele situatie te begrijpen.
Wanneer is het plagen en wanneer wordt het pesten?
Niet iedere vervelende situatie tussen kinderen is pesten. Kinderen maken ruzie, zeggen soms iets onaardigs of sluiten een ander een keer buiten. Dat kan behoorlijk kwetsend zijn, maar het maakt een situatie nog niet automatisch tot pesten.
Bij plagen is er meer gelijkwaardigheid. Kinderen kunnen over en weer reageren en het stopt wanneer het niet meer leuk is.
Bij pesten ontstaat er juist een machtsverschil. Het kwetsende gedrag gebeurt herhaaldelijk en het kind dat gepest wordt kan zich steeds moeilijker verdedigen of aan de situatie ontsnappen.
Dat onderscheid is belangrijk. Een ruzie tussen twee kinderen die ongeveer even sterk tegenover elkaar staan, vraagt namelijk om een andere aanpak dan een kind dat structureel wordt buitengesloten, vernederd of bang gemaakt.
Kijk daarom niet alleen naar één gebeurtenis. Kijk naar het patroon erachter. Gebeurt het vaker? Is steeds hetzelfde kind het mikpunt? Kan het kind aangeven dat het moet stoppen en wordt daar vervolgens naar geluisterd? En misschien nog wel belangrijker: wat doet het met het kind?
Pestgedrag is niet altijd duidelijk zichtbaar
Sommig pestgedrag valt onmiddellijk op. Andere vormen zijn veel subtieler.
Een kind wordt steeds niet gekozen, wordt regelmatig uit een groepsapp verwijderd, krijgt telkens dezelfde vervelende bijnaam of merkt dat anderen stilvallen zodra het erbij komt staan. Voor een buitenstaander kunnen dit kleine, losse gebeurtenissen lijken.
Voor het kind dat het steeds overkomt, kan het een heel ander verhaal zijn.
Daarom is niet alleen de bedoeling achter gedrag belangrijk. Kijk ook naar het effect ervan en naar de herhaling. Een grap die steeds ten koste gaat van hetzelfde kind is uiteindelijk niet meer zo onschuldig.
Dat maakt pesten soms lastig te herkennen, zowel voor ouders als voor school.
Pesten gebeurt vaak buiten het zicht van volwassenen
Veel pestgedrag vindt juist plaats op momenten waarop volwassenen minder zicht hebben op kinderen. Denk aan de gang, toiletten, kleedkamer, het schoolplein, onderweg naar huis of online.
Kinderen kunnen bovendien op school heel ander gedrag laten zien dan thuis.
Als ouder ken je je kind ontzettend goed. Je weet hoe zorgzaam het kan zijn en welke normen en waarden je probeert mee te geven. Maar op school maakt je kind deel uit van een groep en die groep kan veel invloed hebben op gedrag.
Erbij willen horen, een bepaalde positie willen behouden of bang zijn om zelf buiten de groep te vallen, kan ervoor zorgen dat een kind dingen doet die je thuis niet herkent. Een kind kan meelachen terwijl het eigenlijk weet dat iets niet aardig is. Een ander doet mee met buitensluiten omdat het bang is anders zelf de volgende te zijn.
Dat maakt het soms moeilijk om te horen dat je eigen kind betrokken is bij pestgedrag. Toch helpt het om niet onmiddellijk in de verdediging te schieten, maar nieuwsgierig te worden naar wat er precies gebeurt.
Ook een kind dat pest heeft begeleiding nodig
Pestgedrag moet altijd begrensd worden. Een kind mag een ander niet bewust blijven kwetsen, vernederen, bang maken of buitensluiten.
Maar wanneer we willen dat gedrag werkelijk verandert, is alleen corrigeren meestal niet voldoende. We moeten ook proberen te begrijpen waar het gedrag vandaan komt.
Misschien probeert een kind zijn positie binnen de groep te behouden. Misschien speelt onzekerheid een rol. Soms durft een kind niet tegen anderen in te gaan. Ook spanningen of gebeurtenissen in het leven van een kind kunnen zichtbaar worden in gedrag op school.
Begrijpen waarom een kind pest, betekent niet dat je het gedrag goedkeurt. Het geeft juist informatie over wat een kind nodig heeft om ander gedrag te kunnen leren.
Daarom is samenwerking tussen ouders en school zo belangrijk. De leerkracht ziet hoe een kind zich binnen de groep beweegt. Ouders kennen hun kind en weten wat er thuis en in het leven van hun kind speelt. Wanneer die informatie bij elkaar komt, ontstaat er een completer beeld.
Als jouw kind wordt gepest
Wanneer je ontdekt dat je kind gepest wordt, wil je waarschijnlijk maar één ding: zorgen dat het stopt.
Toch begint helpen meestal niet bij oplossen, maar bij luisteren.
Probeer eerst helder te krijgen wat er precies gebeurt. Waar gebeurt het? Hoe vaak? Wie zijn erbij betrokken? Sinds wanneer speelt het? Zijn er kinderen die meelopen of juist helpen? En zijn er plekken of momenten waarop je kind zich wél veilig voelt?
Vraag ook wat je kind zelf denkt dat zou kunnen helpen.
Dat laatste vergeten we soms. Vanuit bezorgdheid nemen volwassenen het probleem snel over, terwijl het voor een kind belangrijk is om betrokken te blijven bij wat er vervolgens gebeurt.
Stel eens andere vragen
Rechtstreeks vragen of je kind wordt gepest, levert lang niet altijd het hele verhaal op. Een kind kan nee zeggen en tegelijkertijd iedere pauze alleen staan. Een ander kind wordt zelf niet gepest, maar ziet dagelijks dat een klasgenoot wordt buitengesloten.
Je ontdekt vaak meer wanneer je nieuwsgierig wordt naar de groep als geheel.
Wie bepaalt bijvoorbeeld meestal wat kinderen in de pauze gaan doen? Zijn er kinderen die vaak alleen staan? Wat gebeurt er wanneer iemand wordt uitgelachen? Wat doen de andere kinderen dan? Gebeuren er dingen in de klas die de leerkracht niet ziet? En hoe gaat het eigenlijk in de groepsapp of tijdens het gamen?
Dat soort vragen vertellen veel over de sociale wereld waarin je kind iedere dag rondloopt.
Je hoeft er ook geen zwaar gesprek van te maken. Kies af en toe één vraag tijdens het eten, in de auto of tijdens een wandeling. Juist wanneer de aandacht niet volledig op het kind gericht is, ontstaat soms een veel opener gesprek.
Wat doe je vervolgens met het antwoord?
Als je kind iets vertelt dat je zorgen geeft, probeer dan eerst te luisteren zonder direct te oordelen of het probleem over te nemen.
Breng daarna rustig de situatie in kaart.
Wat heeft je kind zelf meegemaakt? Gaat het om één gebeurtenis of zie je een patroon? Waar gebeurt het? Wie zijn erbij betrokken? Wat doet de situatie met je kind? Waar voelt je kind zich nog wel veilig? En wat denkt je kind zelf dat zou kunnen helpen?
Let daarbij niet alleen op wat je kind vertelt, maar ook op veranderingen in gedrag. Eén verandering zegt op zichzelf weinig, maar meerdere veranderingen of een duidelijk patroon kunnen reden zijn om verder te kijken.
Met die informatie kun je vervolgens veel gerichter met school in gesprek.
Ga voorbereid het gesprek met school in
Een gesprek met school hoeft niet alleen te bestaan uit vertellen wat er is gebeurd en vervolgens afwachten wat school ermee doet.
Als ouder mag je vragen stellen.
Vraag wat school zelf heeft gezien en of bepaald gedrag eerder is opgevallen. Bespreek op welke momenten of plekken er minder toezicht is en welke kinderen of rollen betrokken lijken te zijn.
Vraag vooral ook wat er vanaf dat moment gaat gebeuren.
Wat kan school direct doen zodat je kind zich veilig voelt? Wie wordt het vaste aanspreekpunt voor je kind? Hoe wordt er gekeken naar de groep en niet alleen naar de kinderen die direct bij het pesten betrokken zijn? Hoe wordt voorkomen dat het pestgedrag zich verplaatst naar een plek waar volwassenen het minder goed zien?
Ook mag je vragen naar het veiligheidsbeleid of anti-pestprotocol van school. Hoe worden meldingen aangepakt? Welke stappen neemt school bij pestgedrag? Hoe worden meelopers en omstanders betrokken? En welke mogelijkheden zijn er wanneer de eerste aanpak onvoldoende effect heeft?
Kritische vragen stellen betekent niet dat je tegenover school hoeft te gaan staan. Juist door duidelijk te zijn over je zorgen én samen te zoeken naar oplossingen, vergroot je de kans dat er daadwerkelijk iets verandert.
Ga niet weg zonder concrete afspraken
Een van de belangrijkste onderdelen van het gesprek met school komt aan het einde.
Maak concreet wie wat gaat doen.
Wat gaat school doen? Wat kunnen jullie thuis doen? Bij wie kan je kind terecht wanneer er opnieuw iets gebeurt? En wanneer spreken jullie elkaar weer?
Spreek meteen een datum af waarop jullie evalueren.
Blijf ondertussen met je kind praten. Niet alleen om te vragen of er opnieuw iets is gebeurd, maar vooral om te ontdekken of je kind zich daadwerkelijk veiliger voelt.
Soms stopt zichtbaar pestgedrag terwijl het zich op een andere plek voortzet. Het kan bijvoorbeeld verschuiven van het schoolplein naar een groepsapp of veel subtieler worden. Daarom is alleen horen dat er geen nieuwe incidenten zijn gemeld niet altijd voldoende.
De kinderen die ernaast staan hebben meer invloed dan we denken
Bij pesten gaat veel aandacht naar het kind dat pest en het kind dat gepest wordt. Toch hebben de kinderen daaromheen ontzettend veel invloed.
Een kind dat pest krijgt minder ruimte wanneer niemand meelacht, niemand een kwetsende foto doorstuurt en iemand juist naast het buitengesloten kind gaat zitten.
Dat betekent niet dat kinderen zichzelf in een onveilige situatie moeten brengen. Een kind hoeft niet in zijn eentje tegenover een hele groep te gaan staan.
Niet meelachen helpt. Een bericht niet doorsturen helpt. Hulp halen bij een volwassene helpt. Naast iemand gaan zitten helpt.
Daarom is het ook thuis belangrijk om niet alleen geïnteresseerd te zijn in de vraag of jouw eigen kind wordt gepest. Vraag ook wat je kind doet wanneer een ander wordt buitengesloten of uitgelachen.
Pesten is uiteindelijk een groepsproces. De groep kan het gedrag versterken, maar kan ook een belangrijk onderdeel van de oplossing worden.
Online pesten stopt niet bij de voordeur
Pesten speelt zich allang niet meer alleen af op school.
Wat ’s middags in de klas of op het schoolplein begint, kan thuis verdergaan via WhatsApp, sociale media of tijdens het gamen.
Online pesten kan bestaan uit buitensluiten of verwijderen uit groepen, negeren, roddelen, beledigende reacties, foto’s verspreiden, screenshots doorsturen, nepaccounts maken of dreigende berichten sturen.
Het lastige aan online pesten is dat een kind er thuis niet automatisch aan ontsnapt. Een kwetsende foto kan binnen korte tijd door veel kinderen worden gezien en berichten kunnen steeds opnieuw worden doorgestuurd.
Online en offline pesten lopen bovendien vaak in elkaar over. Dezelfde kinderen die elkaar overdag op school zien, ontmoeten elkaar ’s avonds opnieuw online.
Praten over de sociale wereld van je kind betekent daarom tegenwoordig ook praten over groepsapps, sociale media en gamen.
Ouders en school hebben elkaar nodig
Pesten roept veel emoties op. Zeker wanneer jouw eigen kind erbij betrokken is.
Toch helpt het kinderen het meest wanneer volwassenen niet tegenover elkaar komen te staan.
School beschikt over informatie die jij thuis niet hebt. Jij kent kanten van je kind die school misschien niet ziet. Door die informatie samen te brengen, wordt duidelijker wat er werkelijk speelt en wat er nodig is.
Dat betekent bescherming en veiligheid voor het kind dat gepest wordt. Grenzen en begeleiding voor het kind dat pest. Aandacht voor meelopers en omstanders. En volwassenen die blijven volgen of de gekozen aanpak daadwerkelijk werkt.
Pesten aanpakken begint daarom niet bij het aanwijzen van één schuldige. Het begint bij goed kijken, luisteren, begrenzen en samenwerken.
Gratis download: De Pestpraatkaart
Om je hierbij te helpen hebben we deze week een gratis download gemaakt: De Pestpraatkaart.
De download helpt je eerst om thuis op een laagdrempelige manier met je kind in gesprek te gaan. Je krijgt tien vragen waarmee je meer te weten kunt komen over de groep, vriendschappen, buitensluiten, meelopen, helpen en wat er online gebeurt.
Wanneer de antwoorden je zorgen geven, helpt het tweede gedeelte je om de situatie rustig in kaart te brengen. Je noteert onder andere wat er gebeurt, hoe vaak het voorkomt, waar het gebeurt, wie erbij betrokken zijn, wat het met je kind doet en waar je kind zich nog wel veilig voelt.
Daarna kun je de meeneemkaart gebruiken voor het gesprek met school. Hierop staan vragen die je aan school kunt stellen, punten die je mag verwachten dat besproken worden en ruimte om concrete afspraken te maken.
Zo hoef je een gesprek over pesten niet alleen vanuit emotie of zorgen te voeren, maar heb je houvast om samen met school te onderzoeken wat er nodig is.
Want uiteindelijk is dat waar we naartoe willen: niet alleen zorgen dat het pesten stopt, maar ervoor zorgen dat een kind zich weer veilig voelt.
De Pestpraatkaart kun je deze week gratis downloaden via onze website.