Hoe blijf je in contact met je puber nu de middelbare school weer begint? Lees over het puberbrein, slaap, huiswerk, Magister, loslaten, grenzen en wanneer je je zorgen moet maken.
Je puber heeft je nog steeds nodig. Alleen anders dan vroeger.
De middelbare school is weer begonnen. De wekker gaat vroeg, de schooltas moet weer worden gevuld, Magister staat vol met nieuwe informatie en huiswerk en toetsen beginnen zich langzaam op te stapelen.
Voor ouders begint daarmee vaak ook het zoeken naar een nieuwe balans.
Want hoeveel bemoei je je eigenlijk nog met school als je kind een puber wordt? Houd je huiswerk en cijfers in de gaten of laat je dat steeds meer los? En wanneer is dat typische lakse pubergedrag eigenlijk heel normaal en wanneer is het verstandig om wat beter te kijken?
Juist in de puberteit verandert de rol van ouders behoorlijk. Je kind wil steeds zelfstandiger worden en heeft je tegelijkertijd nog hard nodig.
Alleen niet meer op dezelfde manier als vroeger.
De stap naar de middelbare school is groter dan alleen een nieuwe school
Op de middelbare school wordt er ineens veel meer van een kind verwacht. Verschillende docenten, wisselende lokalen, huiswerk, toetsen, digitale roosters, Magister, spullen meenemen en zelf onthouden wat wanneer af moet.
Tegelijkertijd verandert er sociaal ontzettend veel. Nieuwe klasgenoten, nieuwe vriendschappen, ergens bij willen horen en ontdekken welke plek je inneemt in een groep.
En alsof dat nog niet genoeg is, is het lichaam én het brein ondertussen volop in ontwikkeling.
Een puber krijgt steeds meer behoefte aan zelfstandigheid. Hij wil zelf beslissen, zelf ontdekken en vooral niet het gevoel hebben dat zijn ouders voortdurend meekijken.
Dat is geen teken dat de relatie met ouders minder belangrijk wordt. Het hoort bij het proces van opgroeien.
De kunst voor ouders wordt daarom steeds meer om beschikbaar te blijven zonder overal bovenop te zitten.
Het puberbrein is nog volop aan het oefenen
Pubers kunnen soms ontzettend volwassen overkomen. Ze hebben duidelijke meningen, kunnen scherpe discussies voeren en weten regelmatig haarfijn uit te leggen waarom iets volgens hen totaal onlogisch is.
En vervolgens raakt diezelfde puber zijn fietssleutel kwijt, vergeet zijn gymtas en ontdekt ’s avonds dat er de volgende ochtend een toets is.
Dat lijkt tegenstrijdig, maar is eigenlijk heel passend bij deze leeftijd.
Vaardigheden zoals plannen, prioriteiten stellen, impulsen remmen, vooruitdenken en gevolgen overzien ontwikkelen zich tijdens de adolescentie nog verder. Een puber kan deze dingen dus wel, maar nog niet altijd even consequent en betrouwbaar.
Daar komt bij dat dingen die nú interessant zijn vaak veel aantrekkelijker voelen dan iets waarvan het resultaat pas later merkbaar is.
Een game, een berichtje van een vriend of een interessant filmpje geeft direct iets leuks. Op tijd beginnen met leren voor een toets van vrijdag levert pas dagen later iets op.
Dat maakt het voor veel pubers lastiger om zichzelf in beweging te krijgen.
Het etiket lui is daarom vaak te simpel.
Natuurlijk kunnen pubers soms gewoon geen zin hebben. Net als volwassenen. Maar achter uitstelgedrag kan ook moeite met overzicht, starten, plannen of prioriteiten stellen zitten.
Van alles regelen naar steeds meer loslaten
Op de basisschool regelden ouders vaak nog veel. Je wist wat er speelde, hielp herinneren en hield in de gaten of alles op tijd klaar was.
Op de middelbare school moet die verantwoordelijkheid langzaam verschuiven.
Langzaam is daarbij het belangrijke woord.
Zelfstandig worden gebeurt niet op de eerste schooldag van de brugklas. Het is een vaardigheid die een kind moet oefenen.
In het begin kan samen een planning maken nog nodig zijn. Later is alleen af en toe helpen overzicht te krijgen misschien voldoende. Uiteindelijk kan een jongere het helemaal zelf.
Daarbij hoort ook dat er soms iets misgaat.
Een gymtas vergeten, te laat beginnen met leren of een keer een onvoldoende halen is vervelend, maar kan ook een leerervaring zijn.
Wanneer ouders iedere fout voorkomen, krijgt een puber minder gelegenheid om zelf te ontdekken wat de gevolgen van zijn keuzes zijn.
Dat kan voor ouders behoorlijk lastig zijn.
Soms zie je namelijk allang aankomen dat iets misgaat.
Maar niet ieder probleem hoeft door een ouder voorkomen te worden.
Magister maakt loslaten niet bepaald gemakkelijker
Nog nooit konden ouders zo gemakkelijk meekijken met school als tegenwoordig.
Roosters, huiswerk, absenties en cijfers staan vaak allemaal in een app.
Dat is handig, maar het heeft ook een keerzijde.
Je kunt als ouder soms eerder weten dat er een onvoldoende is gehaald dan je kind thuis is. Je kunt precies zien welke toets eraan komt en soms zelfs welk huiswerk nog niet is afgevinkt.
Daarmee ontstaat al snel een soort digitale controlekamer.
En juist in een levensfase waarin een kind moet leren zelf verantwoordelijkheid te dragen, kan dat behoorlijk botsen.
Het helpt om samen afspraken te maken over Magister. Bijvoorbeeld over hoe vaak ouders kijken, wat een puber zelf bijhoudt en wanneer ouders zich ermee bemoeien.
Het doel is uiteindelijk niet dat ouders dankzij Magister nóg beter kunnen controleren.
Het doel is dat een puber Magister uiteindelijk zelf niet meer nodig heeft als ouderlijke geheugensteun.
Een puber heeft een ander slaapritme
Ook slaap verandert in de puberteit.
Veel ouders herkennen het beeld: ’s morgens krijg je nauwelijks beweging in je puber en ’s avonds lijkt er ineens een tweede dag te beginnen.
Dat is niet uitsluitend onwil.
Tijdens de puberteit verschuift de biologische klok. Het slaaphormoon melatonine komt bij jongeren later op gang. Daardoor worden pubers vaak later slaperig en zouden ze ’s morgens van nature ook later wakker worden.
Dat botst nogal met een middelbare school die gewoon vroeg begint.
Bovendien hebben pubers nog steeds behoorlijk veel slaap nodig. Een jongere die laat in slaap valt maar iedere ochtend vroeg moet opstaan, kan daardoor gemakkelijk slaap tekortkomen.
Vermoeidheid kan vervolgens weer invloed hebben op concentratie, motivatie, stemming en schoolprestaties.
Dat betekent niet dat een puber dan maar tot diep in de nacht moet kunnen gamen of scrollen. Grenzen rondom bedtijd, telefoon en nachtrust blijven belangrijk.
Maar begrijpen waarom een puber ’s morgens zo moeilijk op gang komt, maakt wel verschil.
En het verklaart misschien ook waarom sommige pubers juist laat op de avond ineens veel spraakzamer worden.
Voor ouders niet altijd het meest praktische tijdstip, maar soms wel een prachtig moment voor contact.
Contact houden zonder voortdurend informatie te verzamelen
Met de overgang naar de middelbare school wordt de wereld van je kind groter en weet je als ouder automatisch minder.
Dat kan wennen zijn.
Op de basisschool kende je vaak de leerkracht, wist je wie de vrienden waren en hoorde je vanzelf veel meer.
Bij een puber moet je accepteren dat je niet meer alles weet.
Dat betekent niet dat je moet stoppen met belangstelling tonen. Wel kan de manier waarop veranderen.
Veel pubers praten gemakkelijker wanneer een gesprek niet als een officieel gesprek voelt. Tijdens een autorit, wandeling, samen koken of ergens iets eten kan er ineens veel meer verteld worden dan wanneer een ouder tegenover een puber gaat zitten om te bespreken hoe het gaat.
Ook hoeft niet ieder verhaal meteen gevolgd te worden door advies.
Soms wil een puber gewoon vertellen wat er is gebeurd.
Ouders zijn gewend problemen op te lossen. Dat hebben we tenslotte jarenlang gedaan.
Maar bij een puber wordt luisteren steeds belangrijker.
Door niet onmiddellijk in te grijpen, geef je ook de boodschap dat je vertrouwen hebt in het vermogen van je kind om zelf na te denken en problemen op te lossen.
Vrienden worden ontzettend belangrijk
Tijdens de puberteit verschuift de aandacht steeds meer naar leeftijdsgenoten.
Erbij horen, vriendschappen, verliefdheid, groepsdruk en hoe anderen naar je kijken kunnen enorm belangrijk worden.
Voor ouders kan het soms voelen alsof vrienden ineens belangrijker zijn dan het gezin.
Dat hoort voor een deel bij deze ontwikkelingsfase.
Via vrienden oefenen jongeren met zelfstandigheid, relaties, grenzen, conflicten en hun eigen identiteit.
En tegenwoordig speelt een groot gedeelte van dat sociale leven ook online.
Groepsapps, Snapchat, TikTok, Instagram, gaming en andere online contacten zijn voor veel jongeren geen losstaand digitaal wereldje. Het is onderdeel van hun sociale leven.
Daarom levert alleen maar mopperen over die telefoon vaak weinig op.
Interesse tonen in wat een puber online doet, wie belangrijk voor hem is en wat hij daar leuk aan vindt, geeft vaak meer verbinding.
Je hoeft niet enthousiast te worden van TikTok om geïnteresseerd te kunnen zijn in de wereld van je kind.
En dan dat typische pubergedrag
Pubers kunnen fantastisch zijn.
Ze ontwikkelen een eigen soort humor, krijgen steeds duidelijkere interesses en kunnen ineens verrassend volwassen gesprekken voeren.
Je ziet steeds vaker een glimp van de volwassene die je kind aan het worden is.
En tegelijkertijd blijven sommige dingen heerlijk puberaal.
Een uitgebreid betoog kunnen houden over zelfstandigheid en vijf minuten later niet weten waar die ene zwarte trui ligt en daar een mega groot drama van kunnen maken.
Een slaapkamer hebben waarin vrijwel niets meer terug te vinden is, maar precies weten wanneer iemand één ding heeft verplaatst.
Heel dringend geld nodig hebben voor iets wat werkelijk absoluut noodzakelijk is en drie dagen later niet meer weten waarom.
Een half uur niets te vertellen hebben over school en precies wanneer iedereen naar bed wil ineens met een compleet verhaal komen.
Zelfstandigheid willen, maar bepaalde voordelen van ouders die dingen regelen toch nog behoorlijk prettig vinden en vooral heel vanzelfsprekend.
Daar mag je ook gewoon samen om lachen.
Humor kan juist veel spanning uit de opvoeding van een puber halen, zolang je mét je kind lacht en niet om je kind.
Wat kun je beter niet doen?
De puberteit vraagt eigenlijk om steeds minder managen en steeds meer begeleiden.
Voortdurend controleren werkt vaak averechts. Wanneer een ouder iedere toets, ieder huiswerk en ieder cijfer in de gaten houdt, hoeft een puber zelf minder verantwoordelijkheid te nemen.
Ook direct oplossingen aandragen is niet altijd nodig. Een jongere mag eerst zelf nadenken over wat hij kan doen.
Probeer daarnaast niet alleen te reageren wanneer iets fout gaat.
Als ouders vooral iets zeggen over vergeten spullen, onvoldoende cijfers, rommel, te laat komen en niet leren, kan een puber gemakkelijk het gevoel krijgen dat hij het nooit goed doet.
Juist benoemen wat wél zelfstandig lukt is belangrijk.
En voorkom dat iedere onvoldoende automatisch uitgroeit tot een zwaar gesprek.
Een cijfer vertelt iets over één toets op één moment. Veel interessanter is uiteindelijk of een jongere langzaam ontdekt welke manier van leren en plannen voor hem werkt.
Wat ook weinig helpt, is alles wegzetten als typisch pubergedrag.
Want hoewel veel gedrag normaal is voor deze leeftijd, kan er natuurlijk ook echt iets spelen.
Wanneer mag je je puber zijn eigen plan laten trekken?
Wanneer het over het algemeen goed gaat, mag een puber steeds meer ruimte krijgen.
Een fout waarvan de gevolgen vervelend maar veilig en overzichtelijk zijn, hoeft niet altijd voorkomen te worden.
- Een keer iets vergeten.
- Een onvoldoende omdat er te laat is begonnen.
- Een planning die niet blijkt te werken.
- Een klein conflict dat een jongere zelf kan proberen op te lossen.
Dit zijn juist situaties waarin een puber kan oefenen.
De ouder blijft beschikbaar, maar neemt het probleem niet automatisch over.
Hoe meer je kind laat zien dat hij verantwoordelijkheid aankan, hoe meer ruimte daarbij past.
Wanneer zijn grenzen juist belangrijk?
Meer zelfstandigheid betekent niet dat alles onderhandelbaar wordt.
Pubers hebben nog steeds grenzen nodig.
Zeker wanneer het gaat over veiligheid, gezondheid, slaap, middelengebruik, respectvol gedrag, schoolverzuim en belangrijke gezinsafspraken blijft de ouder verantwoordelijk.
Ook kan een kind tijdelijk weer wat meer ondersteuning nodig hebben.
Misschien ging plannen maandenlang prima en raakt je puber bij de start van een nieuw schooljaar ineens het overzicht kwijt.
Dan is het niet erg om weer even samen te kijken.
Zelfstandigheid ontwikkelt zich niet in een rechte lijn.
Soms kan een puber iets prima alleen en is er een paar maanden later tijdelijk weer wat meer hulp nodig.
Wanneer is het niet meer gewoon puberen?
Een puber die veel op zijn kamer zit, uitslaapt, regelmatig kortaf reageert of een tijdje weinig zin heeft in school hoeft niet meteen een reden tot zorg te zijn.
Kijk vooral naar het totaalbeeld en naar veranderingen.
Hoe was jouw kind normaal gesproken en wat zie je nu?
Het is verstandig beter te kijken wanneer verschillende veranderingen langere tijd naast elkaar bestaan.
Bijvoorbeeld wanneer een jongere zich steeds verder terugtrekt, nauwelijks nog vrienden ziet, niet meer naar school wil, plotseling veel slechter functioneert, vrijwel nergens meer plezier uit haalt of langere tijd opvallend angstig, gespannen, somber of boos is.
Ook grote veranderingen in slapen of eten kunnen onderdeel zijn van zo’n totaalbeeld.
Een ouder hoeft niet te wachten tot een situatie volledig vastloopt.
De mentor op school kan een goede eerste stap zijn. Die ziet je kind in een andere omgeving en kan vertellen of daar ook veranderingen opvallen.
En wanneer zorgen blijven bestaan of groter worden, kun je natuurlijk verder kijken naar passende professionele ondersteuning.
Je kent je eigen kind.
Dat onderbuikgevoel hoeft niet altijd te betekenen dat er iets ernstigs is, maar het is wel de moeite waard om ernaar te luisteren.
Je puber heeft je nog steeds nodig
Misschien lijkt je rol soms kleiner te worden wanneer je kind naar de middelbare school gaat.
Eigen vrienden. Eigen afspraken. Eigen telefoon. Eigen schoolzaken. Een slaapkamerdeur die vaker dicht is.
Maar je verdwijnt niet naar de achtergrond.
Je rol verandert.
Van degene die alles regelt naar degene die helpt wanneer dat nodig is.
Van voortdurend herinneren naar verantwoordelijkheid geven.
Van problemen oplossen naar vertrouwen hebben dat je kind eerst zelf iets kan proberen.
Van alles willen weten naar beschikbaar blijven voor de dingen die je kind wél wil delen.
En ondertussen blijf je ouder.
Je stelt grenzen wanneer dat nodig is. Je kijkt mee wanneer iets niet goed gaat. Je vangt op wanneer het tegenzit. Je geniet mee wanneer iets lukt.
Een puber heeft vrijheid nodig om te groeien.
Maar ook de zekerheid dat er iemand achter hem staat.
Daarom maakten we de Schooljaar Deal
Juist aan het begin van een nieuw schooljaar kan het helpen om niet iedere dag opnieuw te onderhandelen over huiswerk, Magister, cijfers en planning.
Daarom hebben we bij Kindercoaching Verborgen Schat de gratis Schooljaar Deal voor ouder en puber gemaakt.
Geen formulier waarmee je als ouder bepaalt wat je kind allemaal moet doen.
Juist niet.
Je vult hem samen in.
Je puber kijkt welke dingen al zelfstandig lukken, waarbij af en toe hulp prettig is en wat jullie voorlopig nog samen doen.
Daarbij gebruiken we een eenvoudige verdeling:
Groen – dit kan ik zelf en hierin mag je mij vertrouwen.
Oranje – vraag eerst of ik hulp wil.
Rood – dit doen we voorlopig nog samen.
Daarna maken jullie afspraken over onder andere huiswerk, plannen, Magister, cijfers en hulp vragen.
En misschien nog belangrijker: ook de ouder kijkt naar zijn eigen rol.
Wat kan ik inmiddels loslaten?
Waar grijp ik misschien te snel in?
Wanneer blijf ik beschikbaar zonder het over te nemen?
Plan na een aantal weken opnieuw een moment om ernaar te kijken. Iets wat aan het begin van het schooljaar nog samen moest, kan zes weken later misschien al zelfstandig.
Dat is precies het doel.
Niet een puber die alles onmiddellijk zelf moet kunnen.
Maar een jongere die steeds meer ontdekt:
dit kan ik zelf.
En een ouder die steeds meer kan denken:
ik hoef het niet voor je te doen om er voor je te zijn.
De Schooljaar Deal kun je hier gratis downloaden
Incl uitleg voor de ouder, hoe deze samen met je kind in te vullen.
Succes !