Je kind ontdekt dat bijna de hele klas is uitgenodigd voor een feestje. Behalve hij. Of je dochter ziet op Snapchat foto’s van vriendinnen die samen iets leuks doen. Zonder haar.
Als ouder voel je soms bijna zelf de pijn van die afwijzing. Je wilt je kind beschermen, troosten of het liefst meteen iets regelen. Maar wat heeft je kind op zo’n moment werkelijk nodig?
Vriendschappen zijn een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling. Ze geven kinderen plezier, zelfvertrouwen en het gevoel ergens bij te horen. Tegelijkertijd kunnen vriendschappen ingewikkeld zijn. Er ontstaan groepjes, kinderen veranderen van interesses en niet iedereen wordt altijd uitgenodigd.
Wanneer hoort dit bij het opgroeien? Wanneer wordt het buitensluiten? En hoe kun je je kind helpen zonder alles voor hem op te lossen?
Waarom buitengesloten worden zoveel pijn doet
Ergens bij willen horen is een menselijke basisbehoefte. Voor kinderen en jongeren is die behoefte extra belangrijk, omdat ze volop bezig zijn met ontdekken wie ze zijn en waar ze bij passen.
Wanneer een kind niet wordt uitgenodigd of merkt dat anderen zonder hem afspreken, kan dat gevoelens oproepen van verdriet, onzekerheid, boosheid of schaamte.
Sommige kinderen denken meteen dat er iets mis met hen is.
Waarom willen ze mij er niet bij hebben? Ben ik niet leuk genoeg? Heb ik iets verkeerd gedaan?
Onderzoek naar sociale afwijzing laat zien dat buitengesloten worden hersengebieden kan activeren die ook betrokken zijn bij lichamelijke pijn. Sociale pijn is dus niet iets wat kinderen zich zomaar inbeelden. Dat betekent overigens niet dat sociale en lichamelijke pijn precies hetzelfde werken.
Vooral in de puberteit kan de behoefte om bij een groep te horen sterk zijn. De mening van leeftijdsgenoten krijgt meer betekenis en afwijzing kan daardoor extra hard aankomen.
Dat betekent niet dat iedere teleurstelling een groot probleem is. Maar het betekent wel dat we de gevoelens van kinderen serieus mogen nemen.
Vriendschappen veranderen met de leeftijd
Een vriendschap van een zesjarige ziet er heel anders uit dan die van een zestienjarige. Dat heeft invloed op hoe kinderen omgaan met ruzie, afwijzing en buitensluiten.
6 tot 8 jaar: samen spelen en ontdekken
Op deze leeftijd ontstaan vriendschappen vaak vanuit samen spelen. Kinderen vinden elkaar leuk omdat ze dezelfde spelletjes doen, naast elkaar zitten of samen plezier maken.
Vriendschappen kunnen nog snel wisselen. Vandaag is iemand de beste vriend, morgen speelt je kind met iemand anders.
Kinderen leren in deze fase belangrijke sociale vaardigheden, zoals delen, rekening houden met anderen en omgaan met teleurstellingen.
Wat kun je als ouder doen?
Help je kind woorden te geven aan gevoelens. Oefen met vragen of het mee mag spelen en leer dat je ook met andere kinderen plezier kunt hebben.
Niet iedere keer mogen meespelen is meteen buitensluiten. Kijk vooral of het regelmatig gebeurt en hoe de andere kinderen reageren.
9 tot 12 jaar: erbij horen wordt belangrijker
Vanaf ongeveer negen jaar worden vriendschappen vaak hechter. Vertrouwen, loyaliteit en geheimen delen krijgen meer betekenis.
Kinderen vergelijken zichzelf steeds vaker met leeftijdsgenoten. Groepjes ontstaan en de vraag wie erbij hoort, kan belangrijk worden.
In deze fase kunnen kinderen zich erg gekwetst voelen wanneer ze niet worden gekozen, niet worden uitgenodigd of merken dat vriendinnen zonder hen afspreken.
Ook groepsapps kunnen een rol gaan spelen.
Wat kun je als ouder doen?
Luister naar wat er gebeurt zonder meteen een oordeel te geven over de andere kinderen.
Help je kind onderscheid maken tussen een eenmalige teleurstelling en herhaald buitensluiten. Kijk samen welke vriendschappen goed voelen en waar je kind zichzelf kan zijn.
12 tot 15 jaar: de groep krijgt veel invloed
In de vroege puberteit worden leeftijdsgenoten steeds belangrijker. Jongeren ontdekken hun identiteit en willen graag geaccepteerd worden.
Niet uitgenodigd worden voor een feestje, buiten een groepsapp vallen of zien dat vrienden zonder jou afspreken, kan veel onzekerheid veroorzaken.
Sociale media maken dit soms extra moeilijk. Waar kinderen vroeger niet altijd zagen wat anderen deden, krijgen jongeren nu foto’s en filmpjes te zien van momenten waarop zij er niet bij waren.
Sommige jongeren passen hun gedrag aan om maar bij de groep te blijven horen. Ze lachen mee om grapjes die ze eigenlijk niet leuk vinden of durven geen grenzen aan te geven.
Wat kun je als ouder doen?
Blijf beschikbaar zonder voortdurend vragen te stellen. Geef je puber ruimte om zelf te vertellen.
Probeer niet meteen contact op te nemen met andere ouders of het probleem op te lossen. Vraag eerst wat je kind zelf wil en nodig heeft. Bij onveilige situaties kan ingrijpen natuurlijk wel noodzakelijk zijn.
16 tot 18 jaar: ontdekken welke vriendschappen bij je passen
Bij oudere tieners worden vriendschappen vaak persoonlijker en diepgaander. Jongeren ontdekken steeds beter welke mensen bij hen passen en wat ze belangrijk vinden in een vriendschap.
Toch blijft afwijzing pijnlijk. Een vriendengroep die verandert, een verbroken vriendschap of niet meer gevraagd worden voor activiteiten kan veel verdriet geven.
In deze fase gaat het ook om leren dat vriendschappen mogen veranderen en dat je niet overal bij hoeft te horen om waardevol te zijn.
Wat kun je als ouder doen?
Neem de gevoelens serieus, maar geef je tiener ruimte om eigen keuzes te maken.
Praat over wederkerigheid, vertrouwen en grenzen. Een gezonde vriendschap betekent niet dat je altijd hetzelfde moet denken of overal aan mee moet doen.
Deze leeftijdsfasen zijn richtlijnen. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Ook karakter, eerdere ervaringen en bijvoorbeeld ADHD of autisme kunnen invloed hebben op hoe een kind vriendschappen beleeft.
Niet uitgenodigd worden: wat zeg je als ouder?
Stel je voor: je kind komt thuis en vertelt dat bijna iedereen uit de klas naar een verjaardagsfeestje mag. Behalve hij.
Je eerste reactie is misschien:
- Dan nodig je die kinderen toch ook niet meer uit.
- Zoek gewoon andere vrienden.
- Ach, zo erg is dat toch niet.
- Ik bel die moeder wel even.
Het zijn begrijpelijke reacties. Je wilt je kind beschermen tegen verdriet.
Maar voor je kind kunnen deze woorden voelen alsof het verdriet niet belangrijk is, of alsof er meteen iets opgelost moet worden.
Wat helpt vaak beter?
1. Erken het verdriet
Laat merken dat je begrijpt dat het pijn doet om niet uitgenodigd te worden. Je hoeft het gevoel niet weg te nemen. Er even bij blijven is soms al voldoende.
Luister voordat je oplossingen bedenkt
Vraag wat er precies is gebeurd en hoe je kind zich daarbij voelt.
Probeer nieuwsgierig te blijven zonder het gesprek tot een verhoor te maken.
3. Vraag wat je kind nodig heeft
Wil je kind dat je meedenkt? Of heeft het vooral behoefte aan iemand die luistert?
Door die vraag te stellen, geef je je kind invloed op de situatie.
4. Help je kind verder kijken dan één groep
Een kind hoeft niet door iedereen aardig gevonden te worden. Eén fijne vriend of vriendin kan veel betekenen.
Sport, hobby’s en activiteiten buiten school bieden mogelijkheden om andere kinderen te ontmoeten.
5. Blijf volgen hoe het gaat
Een keer niet uitgenodigd worden is verdrietig, maar hoeft niet te betekenen dat er sprake is van pesten.
Wanneer je kind structureel wordt buitengesloten, is meer ondersteuning nodig.
Moet je kind iedereen laten meespelen?
Dit is een vraag waar ouders regelmatig mee worstelen.
We willen kinderen leren rekening te houden met anderen. Niemand mag zich voortdurend buitengesloten voelen.
Tegelijkertijd mogen kinderen zelf kiezen met wie ze bevriend willen zijn.
Een kind hoeft niet met iedereen beste vrienden te worden. Het hoeft ook niet altijd iedereen uit te nodigen voor een speelafspraak of verjaardag.
Er is wel een belangrijk verschil tussen zelf kiezen met wie je speelt en bewust iemand buitensluiten.
Twee kinderen die samen willen spelen, hoeven niet automatisch een derde kind uit te nodigen.
Maar wanneer een groep steeds hetzelfde kind wegstuurt, afspraken maakt om iemand niet mee te laten doen of anderen onder druk zet om een kind te negeren, ontstaat een andere situatie.
Dan gaat het niet meer alleen over persoonlijke voorkeur, maar ook over groepsgedrag en sociale veiligheid.
Wat kun je je kind leren?
- Je mag zelf kiezen met wie je bevriend bent, maar je blijft respectvol naar anderen.
- Je hoeft niet met iedereen af te spreken, maar je kunt iemand wel vriendelijk behandelen.
- Je hoeft niet mee te doen aan buitensluiten om zelf bij de groep te blijven horen.
Dat zijn belangrijke lessen voor zowel kinderen die buitengesloten worden als kinderen die onderdeel zijn van een groep.
Buitensluiten gebeurt niet altijd met woorden
Soms is buitensluiten duidelijk. Een kind krijgt letterlijk te horen dat het niet mee mag doen.
Maar het kan ook veel subtieler gebeuren.
Een groepje loopt steeds weg wanneer een bepaald kind aansluit. Er wordt gefluisterd en gelachen. Een kind krijgt nooit een berichtje in de groepsapp of hoort achteraf dat iedereen samen iets heeft gedaan.
Voor volwassenen zijn deze signalen niet altijd zichtbaar.
Sommige kinderen vertellen er bovendien weinig over. Ze schamen zich, willen hun ouders niet ongerust maken of zijn bang dat bemoeienis de situatie erger maakt.
Let daarom ook op veranderingen in gedrag.
Een kind dat eerder graag naar school ging, krijgt ineens buikpijn. Een tiener trekt zich terug, is sneller geïrriteerd of wil niet meer naar een sportclub.
Dit hoeft niet automatisch door buitensluiten te komen, maar het kan een reden zijn om voorzichtig het gesprek te openen.
Vraag niet alleen of je kind vrienden heeft, maar bijvoorbeeld ook:
- Bij wie voel jij je echt op je gemak?
- Met wie kun je lachen?
- Zijn er momenten waarop je je alleen voelt in de groep?
- Wat gebeurt er als jij ergens niet aan mee wilt doen?
Zo ontstaat er ruimte voor een gesprek zonder dat je meteen invult wat er aan de hand is.
Wanneer grijp je als ouder in?
Niet iedere sociale teleurstelling vraagt om ingrijpen.
Kinderen leren ook van kleine conflicten, veranderende vriendschappen en het omgaan met afwijzing. Daarbij hebben ze soms vooral steun en vertrouwen nodig.
Maar er zijn situaties waarin alleen luisteren niet voldoende is.
Neem actie wanneer je merkt dat je kind herhaaldelijk wordt buitengesloten, bang wordt om naar school te gaan, steeds minder zelfvertrouwen krijgt of wanneer anderen bewust proberen het kind sociaal te isoleren.
Bespreek met je kind wat er speelt en welke hulp passend is. Bij jongere kinderen is het vaak nodig dat volwassenen actiever ondersteunen.
Bij tieners is het belangrijk om hen zoveel mogelijk te betrekken bij de stappen die worden gezet. Dat helpt om hun gevoel van regie te behouden.
Wanneer buitensluiten structureel wordt of onderdeel is van pesten, is het belangrijk om school te betrekken en samen afspraken te maken over de sociale veiligheid.
Wanneer wordt buitensluiten pesten?
Buitensluiten kan ook een vorm van pesten zijn. Vooral wanneer het steeds opnieuw gebeurt en een kind bewust buiten de groep wordt gehouden. Bij pesten speelt vaak ook een ongelijke machtsverhouding, waardoor het voor het kind moeilijk is om de situatie zelf te stoppen.
Soms spelen groepsdruk en de rol van omstanders daarbij een grote rol. Kinderen doen mee omdat ze bang zijn om zelf buitengesloten te worden, terwijl anderen niets zeggen omdat ze niet weten hoe ze moeten reageren.
In onze eerdere blog over pesten leggen we uitgebreider uit hoe je pestgedrag kunt herkennen, welke rol kinderen binnen een groep kunnen aannemen en wat je als ouder kunt doen.
Wat als je kind zelf iemand buitensluit?
Ook dit hoort bij opvoeden.
Misschien ontdek je dat je eigen kind meedoet aan het buitensluiten van een klasgenoot.
Dat kan schrikken zijn. Toch helpt het meestal niet om je kind direct als gemeen of onaardig te bestempelen.
Probeer eerst te begrijpen wat er speelt.
Is je kind bang om zelf buiten de groep te vallen? Wil het graag bij bepaalde kinderen horen? Is er sprake van een conflict? Of beseft je kind onvoldoende wat het gedrag met de ander doet?
Praat over de gevolgen van buitensluiten en help je kind verantwoordelijkheid te nemen.
Je kunt duidelijk zijn over grenzen zonder je kind af te wijzen.
Het doel is niet dat kinderen iedereen aardig moeten vinden, maar dat ze leren respectvol met verschillen en sociale situaties om te gaan.
Je kind hoeft niet overal bij te horen
Voor ouders is het soms moeilijk om te zien dat hun kind niet wordt gekozen.
Toch is het niet onze taak om ervoor te zorgen dat onze kinderen overal bij horen of door iedereen leuk gevonden worden.
Wat we wel kunnen doen, is hen helpen ontdekken wat een fijne vriendschap is.
Een vriendschap waarin je jezelf mag zijn. Waarin je niet voortdurend hoeft te bewijzen dat je erbij hoort. Waarin ruimte is voor verschillen, grenzen en wederzijds respect.
Soms betekent dit dat je kind leert omgaan met een teleurstelling. Soms betekent het dat je samen op zoek gaat naar andere contacten. En soms betekent het dat volwassenen moeten ingrijpen om buitensluiten te stoppen.
Een kind dat zich thuis gehoord, gezien en serieus genomen voelt, heeft een belangrijke veilige basis om met moeilijke sociale ervaringen om te gaan.
Gratis download: Mijn vriendschapskompas
Soms ontstaan de mooiste gesprekken wanneer je niet rechtstreeks vraagt wat er aan de hand is.
Want vragen als ‘Heb je eigenlijk wel vrienden?’ of ‘Waarom mocht jij niet meedoen?’ kunnen voor kinderen best lastig zijn om te beantwoorden.
Daarom hebben we “Mijn vriendschapskompas” gemaakt.
Een gratis download met 24 gesprekskaartjes over vriendschap, jezelf zijn, gevoelens, groepsdruk en grenzen.
De kaartjes zijn verdeeld over vier onderwerpen:
- Vriendschap: wat betekent vriendschap voor jou?
- Jezelf zijn: wie ben jij en waar voel jij je prettig bij?
- Wat als…: hoe denk, voel en reageer je in verschillende situaties?
- Wat doe jij?: welke keuzes maak je en hoe ga je om met grenzen?
De kaartjes nodigen jongeren uit om op een ontspannen manier met elkaar in gesprek te gaan. Thuis aan tafel, met vrienden, in een klein groepje of in de klas.
De vragen helpen kinderen om:
- Na te denken over wat vriendschap voor hen betekent.
- Hun eigen gedachten, gevoelens en gedrag beter te begrijpen.
- Verschillende kanten van een sociale situatie te ontdekken.
- Te herkennen wat ze belangrijk vinden en waar hun grenzen liggen.
- Naar elkaar te luisteren en verschillen te respecteren.
Bij het ontwikkelen van de kaartjes hebben we onder andere gebruikgemaakt van het GGGG-principe: gedachten, gevoelens, gedrag en gevolgen. Ook zijn de neurologische niveaus uit NLP als reflectiekader meegenomen, zodat kinderen niet alleen nadenken over wat ze doen, maar ook over wat ze belangrijk vinden en hoe ze naar zichzelf kijken.
Er zijn geen goede of foute antwoorden. Het gaat om nieuwsgierigheid, herkenning, bewustwording en elkaar beter begrijpen.
Download gratis Mijn vriendschapskompas en ontdek welke gesprekken er ontstaan wanneer kinderen zelf de vragen mogen stellen.
Download de 24 gratis vriendschapskaartjes
Heeft jouw kind moeite met vriendschappen?
Merk je dat je kind regelmatig buitengesloten wordt, moeite heeft met sociale situaties of steeds onzekerder wordt in contact met leeftijdsgenoten?
Bij Kindercoaching Verborgen Schat helpen we kinderen en jongeren om meer inzicht te krijgen in hun gevoelens, grenzen en sociale vaardigheden.
Ook ouders begeleiden we bij vragen over vriendschappen, groepsdruk en het ondersteunen van hun kind.
Samen kijken we wat jouw kind nodig heeft om met meer vertrouwen sociale situaties aan te gaan.
Wil je eens overleggen? Neem gerust contact met ons op voor een gratis kennismakingsgesprek.
Kindercoaching Verborgen Schat
Kindercoaching en ouderbegeleiding in het Westland